Het is tijd, denkt ze. Ze haalt de elastiekjes achter haar oren uit en hangt het stoffen mondmasker niet om haar pols. Ze frommelt het op en propt het in haar broekzak. Haar ware gelaat voelt eindelijk lucht. Hij is zacht. Fris en dartel als lente. Ze zuigt hem gretig naar binnen, tot diep in haar longen. Rondom haar komen neuzen en monden tevoorschijn die niet passen bij de ogen die erboven zitten. Wangen en kinnen, woorden en zinnen die zich niet langer kunnen verschuilen achter wegwerp of een dubbele laag stof. Laat ze maar vallen, denkt ze. Eén voor één. 

Nog geen reacties