winterslaap

De deur had opengestaan. Het was zo makkelijk geweest om naar binnen te trippelen. Het gedempte licht was zacht aan haar kleine ronde oogjes. Het was er warm, gezellig. Ze was er niet alleen geweest. Er woonde een hond of een vos. Misschien was het wel een wolf. Ze was niet bang van hem geweest.…
Lees meer

infinitesimaal

‘Zie je het?’ Ze zag het niet. ‘Daar.’ Ze staarde naar de plek die hij aanwees. Het duurde vele ademhalingen voor ze het zag. Maar ze zag het. Alleen, ze vond er geen woord voor. ‘Het is zo klein,’ zei ze. ‘Klein is nog een te groot woord,’ zei hij, ‘het is het oneindig kleinste.’…
Lees meer

ridder

De ogen van de ridder waren nog dicht. Hij lag op zijn buik met één been opgetrokken boven het laken. Alsof hij een paard beklimt, dacht het prinsesje. Ze grinnikte. Zijn haren waren allemaal naar één kant gevallen, dat zag er een beetje gek uit, vond ze. Toen hij gisteren voor de paleispoort stond, verwachtte…
Lees meer

bergen

In hun tuin hingen de laatste flarden van de zomer tussen de lakens aan de waslijn. De schaduwen speelden met het gras. De bank waarop ze zaten was koud, zijn hoofd in haar schoot warm, zwaar. ‘Geborgen, zo voel ik me. Geborgen.’ Het antwoord rolde over zijn tong. Als de wijn in zijn glas walste…
Lees meer