Als een wassen pop zat het prinsesje op haar bed. Haar ogen dreven groot en glazig rond in haar gezicht. Het spook was op bezoek geweest. Voor het eerst sinds lang. Ze had met hem gesproken, dit keer. Hij was bij haar komen zitten, had geluisterd. Zijn oren waren nog even groot als vroeger. Zijn stem even zacht als ruw. De lijntjes naast zijn ogen onderstreepten wat ze al lang wist: spoken bestaan. Ze had hem bevrijd van de ketting om zijn voet. ‘Dat hoort bij spoken uit stripverhalen,’ had ze gezegd. Dit hier is nog altijd een sprookje. Mijn sprookje.

Nog geen reacties